Taalverwerving door middel van

e-learning, met literaire teksten

door H. van der Heide / M. Prandoni /

27 september 2016

Met ingang van het academische jaar 2016-2017 gaat het Project LetNed van start, gedragen door MediterraNed in samenwerking met Alfaprojecten en financieel gesteund door de Nederlandse Taalunie. De opzet van het project is het ontwikkelen van online oefeningen door docenten uit de regio. Door de confrontatie met literaire teksten worden de literaire en linguïstische competenties van de studenten met elkaar in verband gebracht en het abstractieniveau van zowel docenten als studenten aangescherpt. 

Daarbij blijven uitspraak, luisteren, spellen steeds meespelen want het begrijpen en waarderen van een literair fragment begint ook met het onderscheiden van de eenvoudige relaties tussen de woorden, klanken en beelden. De band die bij literaire taal bestaat tussen klank en beeld kan een impuls zijn om memorabel materiaal te verwerken in oefenmateriaal voor vreemde-taalstudenten die immers kampen met het uitspraakprobleem en de grafische weergave van de woorden. Een voorbeeld van gatentekst met verwijzing naar fonische- en spellingsopposities: in een lesmodule over het gedicht Awater kunnen de vormaspecten van de grafische en fonische representaties worden uitgebuit in oefeningen over de opposities tussen de verschillende assonerende klanken die in het klanksysteem van het gedicht een grote rol spelen:

vers 14 : Ik heb een m---n gezien. Hij heeft geen n---m

Bij het invullen van de grafische symbolen en na het luisteren naar de uitspraak ervan wordt aan de studenten gevraagd de fonische met de grafische representaties met elkaar te verbinden.
Universitaire studenten beschikken al over literaire competenties die geactiveerd worden in de taalles, terwijl studenten die weinig geconfronteerd worden met literaire teksten de kans krijgen die competentie verder te ontwikkelen. Het gebruik van elektronische middelen maakt het mogelijk fundamentele vaardigheden gelijktijdig te activeren. Bovendien beschikt de huidige student over een grote vaardigheid in 'multitasking' die moet worden uitgebuit. Het kan nuttig zijn de leerders te laten 'spelen' met literaire fragmenten door middel van eenvoudige oefeningen op de computer waarbij de overgang naar meer abstracte interpretaties wordt voorbereid. Het ontwerpen van dergelijke oefeningen vereist ook bij de docent de nodige reflectie op het materiaal.
De mogelijkheden die het middel biedt zorgen voor een uitbreiding van de traditionele les naar interactieve uitwisseling van informatie tussen docent en studenten en studenten onderling, tijdens het college en door middel van self access. Naar gelang de structuur van de syllabus binnen de diverse instellingen – literatuur, cultuur en/of taalles met gebruikmaking van literaire teksten – kunnen de modules worden ingepast. De modules zullen in eerste instantie buiten de collegesituatie worden gebruikt. De taakgerichte modules bereiden de studenten voor op een verdere uitdieping van de thuis geoefende stof. De feedback in het college betreft zowel de gemaakte oefeningen, die zich beperken tot eenvoudige taken, als een taalkundige en literaire verdieping van de behandelde stof. Een manier om de studenten buiten de lessituatie onderling te laten communiceren in de doeltaal is de mogelijkheid om in tweetallen te chatten naar aanleiding van de ontworpen modules. Dit gebeurt in een van de tien virtuele chatkamertjes in het programma. De uitgeprinte chats kunnen vervolgens in de les worden gebruikt om de discussie te stimuleren en te analyseren. Daarnaast is er de rubriek 'eigen mening'. Hierin kunnen studenten berichten achterlaten met hun mening over een aspect van de tekst en ze kunnen op elkaars meningen reageren.
Bij de uitvoering van het project wordt gebruik gemaakt van de langlopende en succesvolle software van het programma Netnieuws, gericht op de doelgroep laaggeletterden in Nederland. Wij zien de mogelijkheden van dit programma voor onze doelgroep.
De overeenkomst tussen de laaggeletterde en de vreemdetaalstudent berust op een grote discrepantie tussen de tekensystemen en het abstractieniveau. Waar de laaggeletterde moeite heeft bij de abstractie van het lezen, heeft de vreemdetaalstudent in de praktijk problemen met het fonetische systeem. Wij hopen dat deze samenwerking tussen Netnieuws en LetNed voor beide groepen voordelig kan zijn. Door het produceren van nieuw lesmateriaal kan het aanbod voor de primaire doelgroep van Netnieuws worden uitgebreid en de inhoudelijke aspecten van het oefenmateriaal verdiept. De technische uitvoering en de know-how die in Netnieuws is ontwikkeld zullen een solide basis vormen voor LetNed. Bij de uitwisseling van het materiaal kunnen beide projecten elkaar versterken in de gedeelde doelstelling. Op die manier kan een brug geslagen worden tussen het Nederlands als vreemde taal en het thuisfront van het leesvaardigheidsonderwijs.
Bij de nascholing 'E-learning en literatuur', gehouden tijdens de bijeenkomst van de stichting MediterraNed (Bologna, 13/4/2014), bleek het mogelijk de software van Netnieuws aan te passen aan onze doelgroep. De deelnemers ontwikkelden didactische modulen op A2 en B1 niveau, op basis van literaire teksten en reflecteerden over het ontwerpen van 'leerzame vragen' en geschikte oefeningen. De groep zag de meerwaarde in van het digitale product bij de verwerking van het materiaal en de interactie tussen de deelnemers.
De doelgroep voor ons project bestaat uit studenten van twee verschillende niveaus: A2 en B1 van het ERK. De keuze hiervoor is gebaseerd op de reële situatie in Zuid Europa. Ten eerste zijn er de universitaire instellingen en talenscholen met hoofd- en bijvakstudenten, waarbij het beoogde niveau gaat tot B1, en ten tweede de overige instellingen, waarbij studenten verschillende talen bestuderen en waar het Nederlands een beperktere plaats inneemt in het curriculum. De eerste doelgroep kan gebruik maken van beide niveaus waarin zij worden aangeboden; de tweede beperkt zich tot het lagere niveau. Deze laatste doelgroep heeft recentelijk de meeste aandacht van onze stichting, aangezien het grootste deel van de studenten in Zuid Europa moeite heeft met het doorstromen naar de hogere niveaus. Ook onze jaarlijkse zomercursus is om die reden voornamelijk gericht op het A2 niveau.
De redactie zal een wisselende samenstelling hebben van docenten die beurtelings de modules zullen ontwerpen en nakijken, gecoördineerd door een hoofdredactie. Tijdens de tweede bijeenkomst van Mediterraned (Salamanca, 9-11 april 2016) is een commissie samengesteld, bestaande uit Herman van der Heide, Fernando García de la Banda en Arie Pos, die zich zal buigen over de start van het project en vervolgens de hoofdredactie op zich zal nemen.
Er wordt gewerkt met twee verschillende formules: achtereenvolgens met één redacteur en twee docenten die feedback geven en de tweede formule die werkt met twee redacteuren en één of twee docenten die nakijken. Op deze manier groeien de cohesie en de expertise binnen de groep naar gelang het project voortschrijdt. Naast meer ervaren docenten bestaat er een groep jonge docenten in de regio waarin meer mobiliteit bestaat en die vaak beter thuis zijn in computergesteunde didactiek. De uitwisseling tussen deze beide groepen kan stimulerend werken op de voortgang van het project.

We streven ernaar 16 modules op A2 en B1 niveau te maken in de periode oktober 2016/ oktober 2017 en 16 modules in de periode oktober 2017/ oktober 2018. Netnieuws zal de website technisch beheren en onderhouden en de documenten met oefeningen invoeren. Tevens zal Netnieuws het programma geschikt maken voor gebruik op tablets, met name iPads.
Na de startperiode van twee jaar moet het project self-supporting kunnen zijn bijvoorbeeld door dit pakket aan andere instellingen buiten Mediterraned aan te bieden met een betaalde abonnementsformule. We zullen naar nieuwe wegen zoeken om gezamenlijk met Netnieuws het programma voort te zetten.

 

Bijlage: voorbeeldmodule Grote rivier! van K. Michel

Het aanbieden van lesmateriaal door middel van computeroefeningen, die noodzakelijkerwijs beperkt zijn tot eenvoudige technische combinaties en confrontaties, concentreert de student (en de docent, die de oefeningen ontwerpt!) op de fundamentele syntactische, semantische en fonologische keuzes die gemaakt moeten worden om betekenis te genereren. De verschillende oefentypes (gatentekst, meerkeuze, matching: welke elementen horen bij elkaar?, verschillende computerspelletjes) kunnen worden toegepast op alle aspecten van de tekst en creëren een netwerk van betekenisvolle verbanden.
De eerste oefeningen presenteren de tekst, met verwijzing naar een reële, historische context, zowel visueel op het scherm, als visueel en auditief via een link naar internet of youtube, of door middel van geprepareerde representaties met beelden en klanken: een gelezen fragment, foto's of film. De context die daardoor wordt gecreëerd wordt vervolgens uitgewerkt en ondersteund met gerichte oefeningen.
De meerwaarde van het gebruik van de computer ligt in de actieve deelname van de student bij het vormen van de combinaties en in de beschikbaarheid van tegelijkertijd beelden, klanken en een netwerk van informatie waarover iedere student ook in afwezigheid van de docent kan beschikken.
Vanzelfsprekend moet de vergaarde informatie vervolgens worden verwerkt en geëvalueerd door inpassing in een leersituatie en door confrontatie met de docent.
De oefeningen kunnen naar gelang van de situatie en de moeilijkheidsgraad van de tekst worden aangepast voor lagere en hogere niveaus.

Zie bijlage voor het materiaal:
1. afbeeldingen van de layout van de module
2. voorbeeld-chat uit de cursus over K.Michel
3. korte productpresentatie Netnieuws op YouTube
4. klik hier voor een korte productbeschrijving (PDF)