separator

Welkom in de MediterraNed Blog!

Als u een bijdrage in deze blog wilt plaatsen, dan kunt u uw tekst eventueel met kop en foto sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Vijf maanden geleden kwam ik vol nieuwsgierigheid aan in Madrid. De vorige drie jaren in mijn bachelor had ik al zo veel kennis opgedaan over de Spaanse cultuur en literatuur, en eindelijk was het zover: ik zou me mogen onderdompelen in de Spaanse wereld die ik enkel in theorie kende. Als bachelorproef deed ik onderzoek naar Maruja Mallo en Concha Méndez, twee sterke Madrileense vrouwen die doorheen het onderzoek veel verwondering voor me opriepen. Mede daardoor was ik zo benieuwd om de stad van hun origine te leren kennen.

Eenmaal aangekomen in de stad, was ik op zoek naar een leerkrachtenpositie om de onderwijswereld beter te leren kennen. In de zomer had ik voor het eerst geproefd van het leerkrachtenleven als begeleider op een Engels kamp, en dit wou ik graag verder zetten in de tweede taal tot mijn interesse: het Spaans. Toen ik het mailtje van María in mijn inbox vond, kon mijn geluk niet op. Dit was het lot! Met veel enthousiasme ging ik meteen in op de aangeboden positie. Toen wist ik nog niet dat ik hierdoor de andere kant van het student-zijn ging leren kennen: het aanleren van leerstof aan anderen.

De job was heel variërend, wat elke week een nieuwe ervaring maakte. Ik had verschillende verantwoordelijkheden. Ten eerste mocht ik zelf een mondelinge les van een uurtje per week organiseren, waarin ik een ‘cultureel kwartiertje’ verwerkte, waarbij elke week een nieuw thema aan bod kwam. Het was heel fijn om te zien hoe de studenten elke week een beetje meer te weten kwamen over mijn thuisland en ook veel interessevragen stelden. In november organiseerden María en ik een kleine uitstap naar een expositie over Magritte, waar de studenten rechtstreeks in contact kwamen met een belangrijk deel van de Belgische cultuur. Het was mooi om te zien hoe ze concepten die ze in de les hadden geleerd in de praktijk konden omzetten door de rechtstreekse ervaring in het museum. Verder had ik de mogelijkheid om lescolleges van Mediterraned mee te volgen, die me een nieuw licht boden op concepten waar ik al mee in aanraking was gekomen, maar nu kreeg ik ook de gelegenheid om er zelf over te schrijven. Als laatste was er gevraagd om de sociale media te verzorgen. Dit was een heel nieuwe ervaring voor mij, maar langzaamaan heb ik nieuwe dingen geleerd die ik anders nooit had geweten.

In het algemeen ben ik heel dankbaar dat ik deze gelegenheid heb gekregen om meer ervaring op te doen in het onderwijs. Niet alleen heb ik vele fantastische mensen leren kennen in Madrid door mijn Erasmuservaring (enkelen kan op de foto zien), maar ik heb door deze mooie job ook een andere kant van het onderwijs op de universiteit mogen ervaren die me nauw aan het hart ligt. Het was een heerlijk gevoel om de studenten te zien groeien in hun taalvaardigheden en om hun interesse te zien toenemen in het Nederlands. Ik wil deze gelegenheid ook graag benutten om María en mijn lieve studentjes te bedanken om me zo’n leerrijke Erasmus te bezorgen, ik heb minstens evenveel geleerd van jullie als jullie van mij!

Hieronder vind je nog een link terug naar het laatste verslag van de lescolleges van Mediterraned:

http://mediterraned.org/index.php/activiteiten/339-verslag-van-de-digitale-lezing-met-patrick-roca-10-december-2021

Aline Van Haver

Student-assistent Nederlands aan de Complutense Universiteit Madrid, september 2021-januari 2022

Studente aan de KU-Leuven (België)

maandag, 28 februari 2022 10:15

Student-assistent Nederlandse Taalunie

Geschreven door

Studenten Nederlands in Padua (Veneto, Italië)

Ik was gedurende drie maanden (oktober-december 2021) student-assistent voor de afdeling Nederlands aan de Università degli Studi di Padova. Hierbij hielp ik vier Italiaanse studenten uit het tweede en derde jaar van de bacheloropleiding en drie studenten uit de Masteropleiding met hun mondelinge taalvaardigheid in het Nederlands. Met de studenten uit het tweede en derde jaar kwam ik elke maandagochtend een uur samen. Ook de studenten uit de master zag ik wekelijks een uur, maar niet op een vaste dag of tijdstip.

De ontmoetingen met de studenten

Tijdens onze eerste ontmoeting waren de tweede-en derdejaarsstudenten nog wat terughoudend en voorzichtig, omdat het naast de lessen Nederlands op de universiteit voor hen de eerste keer was dat ze met een moedertaalspreker in gesprek gingen. De eerste afspraken had ik het gevoel dat ze niet goed wisten wat te zeggen en dat ze bang waren om fouten te maken. Als ik hen een vraag stelde, antwoordden ze kort met één of twee woorden, maar niet met een volledige zin en ze gaven geen extra commentaar. Maar al snel merkte ik dat ze meer en meer loskwamen, dat ze meer probeerden en vooral meer durfden. Ik was blij op te merken dat hun Nederlands elke week verbeterde en dat ze vlotter uit hun woorden geraakten. Ik moedigde hen aan om zo weinig mogelijk Italiaans te gebruiken als ze het Nederlandse woord niet wisten en vroeg hen bijvoorbeeld naar een synoniem of om op een andere manier uit te leggen wat ze bedoelden. Bovendien begonnen ze me vragen te stellen over zaken die tijdens de lessen Nederlands aan bod waren gekomen, over bepaalde gezegdes, het verschil tussen Nederlands in Nederland en Nederlands in België, etc. Daardoor merkte ik dat ze oprecht geïnteresseerd waren en er meer over wilden leren. De studenten zijn op een paar maanden tijd heel hard gegroeid.

Omdat de masterstudenten al wat meer ervaring hadden, was het voor hen niet zo’n drempel om Nederlands te spreken. Twee van hen zijn ook al in Nederland op Erasmus geweest en hadden de Nederlandse taal dus al in het dagelijks leven gehoord. Maar ook zij hebben tijdens onze afspraken heel wat vooruitgang geboekt. Ik merkte dat ze de eerste ontmoetingen nog vaak Italiaanse woorden gebruikten als ze de Nederlandse vertaling niet wisten, maar na een tijdje probeerden ze me het woord in het Nederlands uit te leggen, of zochten ze naar een synoniem. Hun uitspraak verbeterde sterk en al snel konden ze me een volledig verhaal in het Nederlands vertellen, zonder op het Italiaans terug te vallen. De studenten maakten gebruik van gevarieerde woordenschat en vielen niet altijd terug op de standaard zinsconstructies. Verder hebben ze altijd interesse getoond in de Nederlandse taal en stelden ze me veel vragen over zaken die ze bijvoorbeeld op de Facebookpagina van Stad Antwerpen hadden zien passeren, ze vroegen me naar Nederlandse liedjes, films en televisieseries. De studenten hebben hun Nederlands, ondanks de ervaring die ze al hadden, sterk verbeterd en kunnen volledige gesprekken met een moedertaalspreker voeren.

Gespreksstof

Omdat ik niet goed kon inschatten hoe ver de studenten al stonden met hun mondelinge vaardigheid in het Nederlands, ben ik bij de tweede-en derdejaarsstudenten heel rustig begonnen met een aantal standaardvragen, bijvoorbeeld ‘Waarom heb je ervoor gekozen om Nederlands te studeren?’.  Dat waren algemene vragen over de opleiding, over de stad, over Italië in het algemeen, om wat los te komen en om niet meteen over ingewikkelde onderwerpen te moeten spreken. Ook voor mij was dat een goede manier om van start te gaan, want zo kon ik wat meer over de stad en de universiteit te weten komen. Om niet elke keer over school te hoeven spreken en om voor wat variatie te zorgen, had ik ook een spel voorbereid. Ik had een lijstje met een twintigtal algemene vragen opgesteld, bijvoorbeeld ‘Wie is je favoriete acteur?’ of ‘Welk land wil je absoluut nog bezoeken?’. De studenten moesten om de beurt een van de vragen voorlezen, zelf antwoord geven en vervolgens moesten ook de anderen antwoorden. Dat was een groot succes en een goede manier om elkaar wat beter te leren kennen. Omdat ik de studenten buiten ons wekelijkse uurtje ‘Nederlands mondeling’ af en toe ook op de universiteit of op café zag, leerden we elkaar al snel goed kennen en konden we over heel uiteenlopende onderwerpen spreken. Dat maakte het voor ons allen wat minder schools en zorgde er ook voor dat er gevarieerd taalgebruik aan bod kwam.

Ook met de masterstudenten was het makkelijk onderwerpen te vinden om in het Nederlands over te kunnen spreken. Omdat het contact vanaf de eerste afspraak vlot verliep, vonden we al snel raakpunten en gemeenschappelijke interesses, met heel wat interessante conversaties als gevolg. Onze gedeelde passie voor literatuur zorgde er dan ook voor dat we interessante boeken met elkaar konden uitwisselen, wat ook voor mij erg leerrijk was. Toch vond ik het ook belangrijk om af en toe over actuele onderwerpen in België te spreken, zoals politiek of hoe de coronacrisis in België wordt beleefd. Maar naast de meer geleerde onderwerpen konden we evengoed uren over films, series en de Italiaanse en Vlaamse keuken praten. Het viel me op dat het voor hen ook makkelijker was om over alledaagse, niet schoolse onderwerpen te spreken, omdat er dan geen taalbarrière is in verband met bijvoorbeeld register. Als we over de lessen op de universiteit spraken, hadden ze de neiging om formele termen te gebruiken, die je in een woordenschathandboek zou studeren. Door over uiteenlopende onderwerpen te spreken die leven onder twintigers, gebruik je meer gevarieerde woordenschat en komen er vaker nieuwe woorden naar boven.

Mijn ervaring

Als ik er nu aan terugdenk dat ik voordat ik naar Padua kwam twijfelde om student-assistent te worden, kan ik nu alleen maar heel blij zijn dat ik het heb gedaan. Het is een erg interessante en leerrijke ervaring geweest. De vragen die de studenten me stelden hebben me zelf meer doen nadenken over de Nederlandse taal, want als moedertaalspreker sta je vaak niet stil bij de zaken die voor anderstaligen niet van zelfsprekend zijn. Bovendien ben ik erg dankbaar dat ik op deze manier met Italiaanse studenten in contact ben gekomen, die uiteindelijk mijn vrienden zijn geworden. En het was natuurlijk een goede gelegenheid om mijn Italiaanse woordenschat bij te schaven, want ook ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om hen af en toe een vraag te stellen.

Leine Meeus

Toegepaste Taalkunde: Nederlands – Engels – Italiaans

KU Leuven Campus Antwerpen

Erasmus Padua: september 2021-februari 2022

Han van Meegeren: Woman Reading a Letter, 1940. Found in the collection of Rijksmuseum, Amsterdam. (Photo by Fine Art Images/Heritage Images/Getty Images)

 

Afgelopen dinsdag 18 mei vond er een conferentie over een beroemde kunstvervalser plaats. Deze figuur, beter bekend als de vervalser van Vermeer, heette Han van Meegeren.

Hij is in 1889 in Deventer geboren en tussen 1907 en 1913 studeerde hij bouwkunde in Delft. Hij trouwde in het jaar 1912 met de Maleisische prinses Zoraida. In hetzelfde jaar werd hun zoon Jacques geboren en in 1915 werd hun dochter Pauline geboren.

Hij won verschillende prijzen en hij kon aan de slag bij een bekend kunsttijdschrift genaamd de kemphaan. Hij beschouwde sommige werken als decadent en gedegenereerd.

In het jaar 1921 maakte hij een kunstreisje naar Italië. Nadien begon hij alcoholtests te doen om de originele werken kunnen te identificeren.

Door de jaren heeft hij zijn vaardigheden verbeterd om de vervalsingen zo goed mogelijk te kunnen maken. De authenticiteit is in twijfel getrokken en er is een onderwerp dat nog steeds wordt bestudeerd, aangezien hij een zeer invloedrijk persoon was.

Ondanks het feit dat zijn werken vervalsingen waren, hadden musea er vaak belangstelling voor. Hij besloot ook samen met de nazi’s te werken om er zelf beter van te worden.

Verder is er een film die de laatste Vermeer heet, die in 2019 werd opgenomen en is in verschillende talen vertaald.

Ten slotte ga ik het over mijn mening hebben. De waarheid is dat ik het erg leuk vond, hoewel ik het niet erg goed kon volgen, omdat er veel technische details waren.

Aangezien ik altijd naar de positieve kant moet kijken, wil ik zeggen dat ik veel geleerd heb en dat het ook een goede oefening voor de cursus van deze zomer in Gent is.

woensdag, 28 juli 2021 09:15

De kunst van de musea en de onafhankelijke kunst

Geschreven door

Voordat Han van Meegeren schilderijen van Vermeer vervalste, streefde hij naar een onafhankelijke kunst die meer neigt naar het modernisme. Omdat hij veel schilderijen heel goed kon vervalsen heeft hij zijn abstracte kunst toch achter zich gelaten. Deze keuze toont aan dat er in de kunstwereld populaire stromingen zijn waarvan sommige kunstenaars kunnen leven, terwijl andere miskend blijven.

Tegenwoordig is de kloof tussen de populaire en onpopulaire kunststromingen minder groot. Een van de argumenten die dit standpunt ondersteunt is het slagen van de onafhankelijke kunst in Parijs. De meeste toeristen die een weekend in Parijs doorbrengen, zijn gewend om het Louvre, het museum van Orsay of van Pompidou te bezoeken.

Uiteraard kunnen de kunstwerken in deze musea onze aandacht op verschillende manieren trekken: omdat ze bekend zijn over de hele wereld (ik denk natuurlijk aan de Mona Lisa), omwille van de plaats waar ze tentoongesteld worden (zoals het museum van Orsay, een prachtig oud treinstation), of simpelweg door hun artistieke schoonheid (hoewel de smaak weliswaar verschilt van persoon tot persoon).

Ik wil echter een vraag aanhalen: als deze kunstwerken niet in deze musea tentoongesteld zouden zijn, zou je er dan aandacht aan besteden ?

Deze kernvraag toont aan dat er een vertakking in de Kunst is: de kunst van de musea enerzijds en de onafhankelijke kunst anderzijds. In de Franse hoofdstad bevinden zich veel artiesten van deze onafhankelijke kunst in de wijk van Le Marais. Daar zijn de straten het canvas van de kunstenaars: straattheater, open discussie in de cafés, muziekbands, sculpturen en schilderijen gemaakt op basis van dingen die op straat te vinden zijn, etc. Al die opwinding over kunst vindt haar oorsprong in een gebouw bekend als “59 rue Rivoli”. In dit gebouw verblijven onafhankelijke kunstenaars die om de bezoekers hun artistieke visie aan te bieden, zich de kamers eigen maken. Door elke kamer te bezoeken, kun je verschillende kunststromingen ontdekken. Als je de wenteltrap tot de vierde verdieping opgaat, dan kom je in een zonderlinge kamer binnen waarin overal de rommel is. Je moet bijna opletten wanneer je deze kamer bezoekt omdat dit het het kunstwerk is. Op een bepaalde manier, is het net alsof je in het hart staat. Ik raad de ervaring aan die vooral bijzonder is omdat je als bezoeker ook aan het kunstwerk kunt deelnemen: door een klein dingetje van jou daar neer te zetten.

------------------------------------------------

Gegevens van de foto:

Fotograag: GUIZIOU Franck / hemis.fr

ID: P2C5E0

 
 
zaterdag, 26 juni 2021 17:04

STAGE COMPLUTENSE UNIVERSITEIT 2021

Geschreven door

Over mijn ervaringen aan de Complutense universiteit te Madrid kan ik enkel beamen dat het er zeer aangenaam en leerrijk was. Niet alleen was de mentor, María José, erg vriendelijk en constructief in haar begeleiding maar voelt de leservaring op de universiteit, hoe onbekend ook op het eerste gezicht, een beetje als thuiskomen.

Gedurende mijn tijd in Madrid heb ik María José geassisteerd in haar lessen, door op basis van mijn kennis als leerkracht Nederlands en als moedertaalspreker af en toe de nodige extra duiding te voorzien bij bepaalde woorden en klanken. Daarnaast gaf ik uiteraard ook zelf les, deze lessen behandelden zowel grammatica, woordenschat als klankleer.

Echter bood de faculteit filologie mij ook de mogelijkheid om enkele lessen te geven die eerder als een ‘college’ konden beschouwd worden. Zo gaf ik les over de werking van de politiek in België ter voorbereiding op een gastcollege van politicoloog Harry Rijnen waarin hij de Spaanse en Nederlandse politiek naast elkaar zou zetten. Vervolgens gaf ik ook een les over het studentenleven in België, alsook een les over de Vlaamse primitieven ter voorbereiding op het geplande bezoek aan het Prado museum. Tijdens het museumbezoek kregen de studenten de kans om enkele van de besproken kunstwerken en andere kunstwerken van de besproken meesters in het echt te zien. Ter plaatse gaf ik ook extra uitleg bij bepaalde schilderijen.

Naast de didactische activiteiten, was ik ook verantwoordelijk voor het beheer van de Facebookpagina van de faculteit. Door middel van een handige app, Facebook Business Suite, was dit een kleine doch aangename taak. Zo kon ik ruim van tevoren de berichten inplannen op tactvolle uren om zo een iets groter bereik te hebben. Naast het beheren van de pagina, volgde ik ook enkele gastcolleges van Mediterraned waarover ik vervolgens enkele verslagjes schreef voor de blog van die organisatie.

Zoals je kon lezen, was het een ervaring vol variatie. Een stage aan deze universiteit kan ik iedereen, die graag op een andere manier leert lesgeven in talen en ook niet bang is van andere uitdagingen, ten zeerste aanraden!

Sinds november 2020 ben ik aangesteld als promovendus Nederlandse Letterkunde bij de Universiteit van Napels “L’Orientale”. Op dit moment woon ik in Rome en werk ik net zoals de meeste mensen voornamelijk vanuit huis. Sinds de uitbraak van Covid-19 zijn het voor iedereen bewogen en uitdagende tijden. Ik hoop dat ik in de nabije toekomst me kan onderdompelen in het bruisende Napolitaanse leven. De wisselwerking en afwisseling tussen stad en academie vormen voor mij een grote bron van inspiratie.

In het begin van mijn academische loopbaan was dat Leiden. Van 2010 tot 2015 hebben de sleutelstad, Nederlands oudste universiteit en studie- en studentenverenigingen mij kennis en zelfvertrouwen gegeven om nog een stapje verder te gaan. Na mijn bachelor Italiaanse Taal en Cultuur, een jaar Erasmus in de Lombardijse stad Brescia en mijn master Italian Literature and Culture was het tijd voor een nieuw avontuur. In september 2015 verhuisde ik – mijn hele hebben en houwen in drie koffers gepakt – naar de Italiaanse hoofdstad. Toch kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om alle schepen achter me te verbranden: de academische wereld lonkte. Ik schreef me in voor de bachelor Lingue, Culture, Letterature, Traduzione aan de Sapienza met als hoofdvakken Duitse en Nederlandse Letterkunde. Een keuze waar ik nooit spijt van heb gehad. Hoe mooi is het om je eigen land, taal en cultuur te herontdekken door de ogen van een ‘ander’? Een ‘ander’ die je misschien al dacht te kennen doordat je zijn/haar land, taal en cultuur hebt bestudeerd.

Sinds ik in Rome woon gaat er geen dag voorbij waarin de ene na de andere openbaring zich aan mij voordoet. Het is haast onvermijdelijk om geen vergelijkingen te trekken tussen Nederland en Italië. De Italianen zijn nieuwsgierig naar wat de Nederlander bezielt en vragen me vaak het hemd van het lijf als ik in een Romeins cafeetje een kopje koffie bestel. Ja, soms kan het lijken dat Nederland en Italië enorm van elkaar verwijderd zijn, maar eigenlijk hebben we heel veel met elkaar gemeen. Louis Couperus en Gabriele D’Annunzio maken daar, mijns inziens, deel van uit. Dit is dan ook één van de voornaamste beweegredenen waarom mijn onderzoeksproject zich richt op deze twee grote schrijvers uit het Europese fin de siècle.

Aan de hand van een kritisch-methodologische analyse van de artistieke en intellectuele vrouwfiguur, die het leven en het werk van beide schrijvers doorkruist, hoop ik de wederzijdse bewondering tussen Couperus en D’Annunzio bloot te leggen. Eerdere onderzoeken hebben uitgewezen dat er veel overeenkomsten zijn tussen de gebeurtenissen en personages uit de werken van Couperus en zijn persoonlijke leven. Ditzelfde geldt voor Gabriele D’Annunzio. Er bestaat echter nog geen gedetailleerde studie die beide auteurs en hun werken met elkaar vergelijken.

Met mijn onderzoek wil ik onder begeleiding van professor Franco Paris op dit gebied de eerste stappen zetten, te beginnen bij de vrouwen die beide schrijvers met elkaar verbinden: Elisabeth Couperus-Baud, Eleonora Duse en Ouida (pseudoniem van Maria Louise de la Ramée). De vrouw geldt voor zowel Couperus als D’Annunzio als inspiratiebron in het dagelijks leven en in hun literaire werken.

Mijn onderzoeksproject Lo specchio della suprema bellezza: fusioni di genere in Couperus e D’Annunzio (De spiegel van de hoogste schoonheid: genderversmelting in Couperus en D’Annunzio) heeft tot doel de vrouwbeelden te analyseren die door beide schrijvers worden gepresenteerd. Deze vrouwbeelden zijn namelijk complex en wijken af van de stereotype vrouwbeelden in de Europese literatuur geschreven door mannen.

Aangezien beide schrijvers altijd op zoek zijn geweest naar de hoogste vorm van schoonheid – kenmerkend voor het Decadentisme – wil ik op zowel stilistisch als thematisch niveau onderzoeken hoe Couperus en D’Annunzio hun vrouwelijke personages hebben opgetekend. In welk opzicht komen zowel de uiterlijke als innerlijke beschrijvingen van de vrouw met elkaar overeen en in welk opzicht verschillen ze van elkaar? Op deze manier wil ik komen tot een gedetailleerde analyse van de waaier van vrouwelijkheid, die al dan niet duidelijk aanwezig is in de romans, zonder afbreuk te doen aan de aanwezige elementen van mannelijkheid. Eén van mijn belangrijkste onderzoeksvragen is namelijk of het alter ego van zowel Couperus als D’Annunzio niet juist te vinden is in de vrouwelijke personages. Aan de hand van een stilistische analyse hoop ik te doorgronden op welke wijze beide schrijvers vorm hebben geven aan hun idee van de hoogste schoonheid in hun vrouwelijke personages, met wie zij zich mogelijk spiegelen.


Voor vragen of suggesties inherent aan mijn onderzoeksproject, kunt u met mij contact opnemen: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Website universiteit: www.unior.it/ateneo/view_news/14204/12511/1/zevenbergen-frianne-christine-.html

Mijn kennis met de Nederlandse taal en cultuur begon in 2006 bij de universiteit “L’Orientale” van Napels. Ik houd niet van conventies en bovendien heb ik altijd met grote nieuwsgierigheid en belangstelling naar de Nederlandse en Belgische multiculturele samenleving gekeken. Dat is misschien de reden waarom ik Nederlands als vreemde taal koos in plaats van de meest gestudeerde talen.

In 2009 ben ik cum laude afgestudeerd in met een scriptie in de Nederlandse Taal en Vertaling dan in 2012 heb ik een 2-jarige master in Moderne Talen, Letterkunde en Vertaalkunde behaald aan de universiteit “Sapienza” van Rome.

Sinds februari 2021 ben ik een postdoc bij Universiteit van Napels L’Orientale. Ik ben bezig met een onderzoeksproject dat het belang van Vincent Van Goghs brieven benadrukt als een literair kunstwerk waarin Van Goghs zelfrepresentatie plaatsvindt. Er wordt veel gepubliceerd over van Gogh en de brieven hebben wel een belangrijke rol gespeeld om de kennis van zijn leven en zijn kunst te verdiepen. Toch hebben ze weinig of bijna geen wetenschappelijke aandacht voor hun literaire waarde gekregen. Dit project zal dus diverse aspecten onderzoeken. In de eerste plaats, zal ik de literaire verwijzingen binnen de brieven analyseren, om de rol en de invloed van de literatuur op van Gogh te verklaren. Ten tweede, zal ik van Goghs stijl bestuderen, in het bijzonder het aspect van onregelmatigheid als een vorm van zelfrepresentatie. Dan zal ik de verschillen tussen de Nederlandse en de Franse brieven onderzoeken in het kader van de zelfrepresentatie en het scheppingsproces in verband met de taalbeheersing. Tenslotte, door de analyse van de vertaalstrategieën voor de brieven zal ik me concentreren op de effecten van de functionele aanpak van de Italiaanse en de Engelse versies. Mijn promotor is Prof. Franco Paris. Dat vind ik een heel innovatief project. Ik heb altijd veel interesse gehad voor “in between” dimensies daarom ben ik nu zo gefascineerd door de figuur van deze auteur die kunst en literatuur op een intrigerende manier combineerde en waarin meer botsende identiteiten naast elkaar bestonden.

In dit verband, zie ik een continuïteit met het onderzoeksgebied van mijn doctoraat. In 2018 promoveerde ik aan de Universiteit van Napels L’Orientale met een proefschrift over de werken van Naima El Bezaz, Rachida Lamrabet en over het debat rond de zogeheten migrantenliteratuur. Een van de meest interessante aspecten in het proza van deze twee schrijfsters met Marokkaanse afkomst is, naar mijn mening, het gebruik van fictie als filter voor thema’s zoals identiteit, racisme, discriminatie, botsende cultuurverschillen, die gevoelig liggen bij de publieke opinie, en als middel om vooroordelen en stereotypen te deconstrueren. Deze onderwerpen, waarover ik verschillende artikels publiceerde, blijven centraal in mijn onderzoeksinteresse.

Tijdens mijn doctoraat heb ik ook mijn eerste Nederlandse conversatielessen aan bachelorstudenten gegeven. Het is een heel stimulerende ervaring geweest en in augustus 2018 heb ik de intensieve docentencursus NVT Neerlandistiek - Seminarium didactiek, taal en cultuur gevolgd, bij het Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT) van de Universiteit van Amsterdam en het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO) van de KU Leuven, om nieuwe leermethoden en vaardigheden te krijgen. Het was voor mij echt een belangrijke mogelijkheid om innovatieve werkvormen en digitale tools te leren kennen. Dat heeft me geholpen mijn eigen aanpak te ontwikkelen zodat mijn conversatielessen meer dynamisch en interactief kunnen zijn. Deze methode gebruik ik nu voor de colleges die ik aan bachelorstudenten geef. Ik coördineer mijn werk met Prof. Luisa Berghout, dus door mijn colleges kunnen de studenten woordenschat consolideren en de taal in praktische contexten oefenen.

Vertaalkunde heeft ook een belangrijke rol gespeeld in mijn hele universitaire opleiding. Ik heb verschillende workshops en studiedagen over literair vertalen gevolgd en voor mijn masterscriptie heb ik een deel van de roman Vrouwland van Rachida Lamrabet vertaald. Ik heb al wat werkervaringen als vertaalster, maar weinig in het kader van literaire vertaling waarop ik vanaf nu mijn aandacht wil vestigen.

Ik begin dus dit nieuwe hoofdstuk als postdoc met hetzelfde enthousiasme van die eerste dagen, maar met een zekerheid: aan diegene die mij vandaag vraagt of zo’n rare taal een goede keus was, zou ik antwoorden dat het nog beter dan mijn verwachtingen was.

Pagina 1 van 3