Verslag van de digitale lezing met Patrick Roca, 10 december 2021

door Aline Van Haver  / 19 januari 2022

 

Op vrijdag 10 december verzorgde Patrick Roca het zevende gastcollege van Nederlandse Taal en Cultuur. In dit fascinerende laatste college van de reeks ging de ex-docent Nederlands dieper in op het Afrikaans en de vele aspecten die deze intrigerende taal ons te bieden heeft. In de inleiding wist hij ons te vertellen dat hoewel het Afrikaans sterk verbonden is met het Nederlands, het toch zijn autonomiteit behoudt als unieke taal. Hij verdeelde het college in vijf delen: in het eerste deel besprak hij de algemene kenmerken van het Afrikaans, om de cursisten te doen begrijpen wat het Afrikaans inhoudt. In het tweede deel sprak hij over de geografische verdeling van de taal, om in het derde deel over te schakelen naar het ontstaan van de taal. Omdat het Nederlands zo nauw geassocieerd wordt met het Afrikaans, besprak hij in het laatste deel van het college een gedetailleerd overzicht van de verschillen tussen de twee talen.

Patrick Roca wist de cursisten te vertellen dat het Afrikaans één van de officiële talen is van de Republiek Zuid-Afrika. De taal ontstond uit het 18e -eeuwse Nederlands met een opmerkelijke invloed van de Hollandse dialecten. Het is mede door deze reden dat Nederlandstaligen en Afrikaanstaligen zonder al te veel moeite elkaar kunnen verstaan. 90% van de Afrikaanse woordenschat is immers vanNederlandse oorsprong. Als voorbeeld las hij voor uit de Kleuterbijbel, een illustratie die duidelijk maakte hoe verstaanbaar Afrikaans kan zijn voor degenen met een achtergrond van Nederlands.

In het tweede deel sprak hij over de sprekers van Afrikaans. Roca wist ons te vertellen dat Afrikaans één an de 11 officiële talen is van Zuid-Afrika, met 6,9 miljoen moedertaalsprekers is het de derde grootste taal van Zuid-Afrika na Zoeloe en Xhosa. 33% van de bewoners spreekt Afrikaans als eerste of tweede taal. Hoewel Afrikaans regelmatig gebruikt wordt als lingua franca, neemt het gebruik van Engels in deze context ook snel toe. Van de 6,9 miljoen sprekers spreken 2,7 miljoen (blanke) “Afrikaners” de taal, maar de meeste sprekers zijn “Kleurlingen” (4,2 miljoen). Qua geografische verdeling verschilt het gebruik van het Afrikaans nogal. Vooral in het westen is de taal dominant. Minstens de helft van de bevolking spreekt het. Het westen bestaat uit twee delen: de Westkaap- en Noordkaaprovincies. De eerstgenoemde provincie is de geboorteplaats van het Afrikaans, aangezien het de eerste Nederlandse kolonie is geweest. In het noordoosten van het land, daarentegen, is het Afrikaans een minderheidstaal met 10% native speakers.

In het derde deel van het college deed Patrick Roca de geschiedenis van het Afrikaans uit de doeken. In 1581, werd Nederland onafhankelijk van Spanje, waardoor er nood ontstond aan een eigen koloniaal rijk. Indonesië werd een kolonie van de Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), maar om deze enorme afstand te overbruggen, werd Zuid-Afrika ingezet als verversingspost. Rond 1706 woonden ongeveer 1600 blanke “Burgers” in Zuid-Afrika om de productie van de verversingspost te verzorgen. Om de Burgers te ondersteunen waren er ongeveer 1400 slaven aanwezig, afkomstig uit Madagaskar, Indonesië en India. Uit de interactie van deze twee bevolkingsgroepen ontstond het Afrikaans. Door de sterke invloed van de kleurlingen, de slaafgemaakte Aziatische en Afrikaanse bevolkingsgroep, is het Afrikaans uitgegroeid tot een semicreooltaal.

In het laatste deel van het college voorzag de heer Roca een uitgebreide vergelijking tussen het Nederlands en het Afrikaans. Hij legde de herkomst van de “valse vrienden” uit die er bestaan als je voldoende kennis hebt van het Nederlands, zoals het Afrikaanse woord “kombuis”, wat “keuken” betekent in het Nederlands. Verder wist hij ons te vertellen dat het Afrikaans qua uitspraak zeer vergelijkbaar is met de Nederlandse dialecten, in woorden zoals “perd” bijvoorbeeld, waarin het heel erg lijkt op het Antwerpse dialect. Daarna deed hij andere uitspraakskenmerken uit de doeken, zoals de laatste -n van een woord die niet wordt uitgesproken noch geschreven  in zijn meervoudsvorm (in woorden zoals mensen, bijvoorbeeld).

Met betrekking tot Afrikaanse spelling wist hij ons te vertellen dat men vooral fonetisch schrijft in het Afrikaans. De dialectische uitspraak van “koude” als “koue”, bijvoorbeeld, wordt effectief op deze manier gespeld in het Afrikaans.

Het laatste grote verschil dat de heer Roca aanhaalde was de gesimplificeerde grammatica die het Afrikaans hanteert. Werkwoorden worden niet vervoegd, men hanteert een dubbele negatie en er bestaan geen onregelmatige verba, om een paar voorbeelden op te noemen.

Deze verschillen met het Nederlands zijn voor een heel groot deel te danken aan de kleurlingen, die onder invloed van de talen die gesproken werden door hun voorouders (Khoisan en Maleis onder andere) significante verschillen teweegbrachten. Dit feit werd bijzonder lang ontkend door het apartheidsregime, dat in zijn ideologische overweging ervan was overtuigd dat Afrikaans een “zuivere Europese taal was”. Als laatste deel van het college gaf Patrick Roca extra bronnen mee om het Afrikaans beter te leren kennen.

Zoals bij elk gastcollege was er op het einde een interactief deel voorzien om het interessante onderwerp uitgebreid te bespreken. Patrick Roca had deze mooie reeks niet beter kunnen afsluiten.

(Aline Van Haver, student-assistente bij de Complutense universiteit, september 2021-januari 2022)